Gebedstryders - Les 6 | Kwartaal 2

Episode 6 May 08, 2026 00:44:41
Gebedstryders - Les 6 | Kwartaal 2
Saam in die Woord
Gebedstryders - Les 6 | Kwartaal 2

May 08 2026 | 00:44:41

/

Hosted By

Heinrich Viljoen

Show Notes

View Full Transcript

Episode Transcript

[00:00:00] Speaker A: Welkom bij Sam en de Woord, je wekelijkse reis door de Bijbel. Sam gezels ons over de lesstudie, ontdekt nieuwe inzichten en groei in ons geloof. Blij ingeskakeld, de Woord wacht voor jou. [00:00:12] Speaker B: Goeiedag lieve luisteraars en hartelijk welkom bij ons programma hier op Adventiste Wereld Radio Afrikaans. Het is voor ons gevoelig om vandaag samen met jullie te kijken waar jullie ook al inskakelen. Bij de huis, in de motor of dat bij de werk. Ons vertrouwt dat hier de tijd voor jullie ziens zal zijn. Mijn naam is Jan en samen met mij in het atelier vandaag is Heinrich en Konis van Leeuwen. [00:00:35] Speaker C: Hallo. [00:00:36] Speaker B: En ook Lydia Lombard. [00:00:40] Speaker C: Hallo, hallo. [00:00:42] Speaker B: Ons is heel dankbaar dat jullie samen met ons hier de reis aanpakken, want vandaag's onderwerp raakt elk een van ons op een diep en persoonlijke vlak. Ons gesels vandaag over gebedstrijders en de ongelooflijke waarde van gebed in een wereld wat zo bezig en vol geraas is, raakt het makkelijk om de kracht van stilwoord voor God te onderschaten. Toch leert de Bijbel ons dat gebed niet net een routine of een laatste uitweg is, maar een levenslijn, een directe verbinding met ons Heemelse Vader. In deze wonderlijke studie die voor ons gegeven is, is er een heleboel schatten om te ontdekken. We beginnen bij ons geëedheidskonies. [00:01:30] Speaker D: Onze goeie tekst komt uit Bezalem 116, vers 1 en 2. En dat zegt, Ik heer de Heerleef, want Hij luistert naar mijn stem. Mij smie ik gebed, ja, Hij draait zijn oor naar mij, en zolang ik leef, zal ik om aanroep. [00:01:47] Speaker B: Dat is een prachtig teken. Zo dan, denk bij jezelf. Hoe gedeeld praat jij met je vrienden? Ik praat niet als het een bezige dag was. Maar hoe gereeld? [00:02:07] Speaker E: Ik zou zeggen, met jullie als vrienden, op een dagelijkse basis. Maar ik denk dat het algeheel omtrent op een wekelijkse basis is. [00:02:25] Speaker B: Ja, ik zal zeggen dat het gezond is, maar als een mens dan ook kijkt naar de diepte van je vriendschap, hoe meer gereeld je met je vrienden communiceert, hoe hechter is die bande. [00:02:39] Speaker C: Ik denk dat het ook gaat over de effort die ingezet wordt. Vooral wanneer mensen zo bezig geschiedenis hebben. Als mensen met wie ik elke dag praat, betekent dat niet dat zij mijn vrienden zijn. Maar als mensen met wie ik niet zo gereeld praat, maar een mens maakt effort om bij hen uit te komen en jij hebt die diepe verhouding. Want het gaat ook over waarover een mens praat. Niet net, oh, hoe was jouw dag? Oh, dat gaat goed, dank je. Maar rarig, wat gaat in jouw hart aan? Wat gaat rarig in jouw leven aan? Wat plaait jou? Wat maakt jou blij? En ik denk, dat is ook wat de les voor ons zegt, is niet net hoe gereeld we met God praten, maar het feit dat we niet alleen met hem praten wanneer het goed gaat of wanneer het slecht gaat, maar dat we een echte connectie met hem willen bouwen. [00:03:38] Speaker E: Ik wil nog iets inzetten, maar ik ga niet te veel aanraken, want we gaan later in de les dieper kijken. Het is alsof je de hele week, als je al die teksten gaat lezen en je hebt mooi gekeken naar wat het zegt, je komt het de hele tijd door dat je de naam van de heerde aangeroepen hebt. En hoe meer ik kijk naar de naam van de heerde en hoe meer ik kijk naar waar de concept gaat, kom ik achter dat het gaat over zijn karakter. En hoe kan ik... Aan een persoon, het is basisch hun karakter wat ontbloot wordt, want je begint te zien hoe die persoon reageert en hoe hij dingen doet en zijn karakter aanschappen. Nu, voor mij wat uitkomt met een gebedstrijder, is niet net een gebedstrijder dat net op zijn knieën is of lang buit of de hele tijd in... [00:04:40] Speaker B: Zo'n grocerylijst van namen, hij heeft met [00:04:42] Speaker E: problemen... Ja, het is eerder iemand die in het gebed gaat en God zijn karakter zoekt om te vragen of hij mijn karakter maakt. Kijk niet verder, hoor mooi wat hij zegt in Geert Dijks. Ik heb het lief van Jeroen over mij gestemd, want hij heeft zijn oor tot mij geneigd, daarom zal ik hem in mijn dagelijks roepen. Maar ik heb de naam van Jeroen aangeroepen. Als jij kijkt naar waar de naam van de Heer naar voorkomt, dan heeft dat altijd te doen met zijn karakter. En dat is interessant. [00:05:19] Speaker B: Ja, dat is zo. In de Bijbel hebben we ons veel geleend om verschillende mensen uit hun levensheid te leren, hoe ze hun verhouding met God verdiepen. Kijk ook naar Jonah. Hij is weggegaan van de opdracht die God voor hem gegeven heeft. Hij heeft Gods karakter misverstaan. Terwijl hij daar zo in de hitte gezet heeft, en hij had amper omgekomen. En daar de plant had gegroeid, en toen was hij ongelukkig in de plant gedood. Dus er zijn veel lessen die we moeten leren. [00:06:00] Speaker E: Maar terug daar naartoe. Wat was die les die God hem wilde leren uit die plant die droog werd? weer in zijn karakter. En dat is wat ik denk dat we moeten kijken. Ik wil zeggen dat ons gebedsleven nodig heeft om een andere draai te nemen dan mijn lampje die ik elke ochtend opzet en elke avond zet wanneer ik ga slapen. [00:06:31] Speaker B: Niet zo. [00:06:31] Speaker E: En daar moet het komen om te beseffen wie God eindig is. [00:06:35] Speaker B: Nee dat is, en kijk die dingen, God heeft veel verschillende namen. Maar kom ons bewegen aan, naar zondag toe. Daniel, crisis. Hoe gereden Daniel gebed? [00:06:49] Speaker D: Elke dag drie keer een dag. [00:06:51] Speaker B: Hij had een heel rijke verhouding met God gehad, hij had geweten waar zij graag vandaan kwamen. Zoveel zo dat Daniel, aan het begin van het boek van Daniel wordt het heel duidelijk gemaakt dat Daniel en zijn vrienden gewaardeerden om de koningse koos te eten. Ze hadden gevraagd voor water en brood, dat wat ze nodig hadden, en de rest had God voorzien. Daniel werd ook een ongelooflijke wijze man, en hij groeide in staat. Zoveel zo, dat hij van de koningen omwou aanstel over de koninkrijk. En dat kan je niet krijgen met een hechte verandering met God. [00:07:41] Speaker C: Ja, ik denk dat Daniel zijn verhaal heel erg wijst waar hij zijn vertrouwen gezet heeft. Hij heeft niet in onszelf vertrouwen, enigszins niet. Dat was altijd... Hij heeft niet zelf, denk ik, zo'n droom gaan proberen ontcijferen. Hij heeft verheerde gevraagd, wijs mij de antwoord. [00:08:07] Speaker B: Ik kan voor jou dat uitleggen. [00:08:09] Speaker C: Ja, vooral, ik bedoel, dat was een stressvolle situatie. Ze verwachten om doodgemaakt te worden. Enig iemand die in paniek gaat beginnen te zeggen, ik denk dat je in die en die ding gedroomd bent. Maar nee, in plaats daarvan heeft hij kalm gebleven in God's vertrouwen. En zoals je zei, het kan niet gebeuren wanneer een mens die verhouding met hem heeft. Dat stond altijd voor mij uit, dat absolute vertrouwen dat God hem de uitweg zal geven. [00:08:44] Speaker B: Er is een stukje voor ons gegeven, Daniel 2, vers 20-23. Daniel heeft toegespreken gezegd, mag de naam van God geprijsd worden van eeuwigheid tot eeuwigheid. Want de wijsheid en de kracht is zijn. [00:09:03] Speaker E: John, net voordat je opkomt, vers 18. Hoe komt hij dat gedoen? En hier is vers 17, hij is in de huizen gekomen, hij heeft de zaak bekendgemaakt aan zijn drie vrienden, en toen zei hij dat ze de barbaartigheid van de God van de hemel moesten afsmeken over hun lichaam. En afsmeken daarin is dat ze moesten bidden dat God dat zou openbaren. Maar niet net zodat zij gered kunnen worden, maar ook de overige wijze mannen van Babel. Zo vergens waar komt het neer? Het gaat niet over net jezelf, het gaat over anderen ook. [00:09:44] Speaker B: Ja, en dat is ook waar de karakter van God schijnt. Zoals we het weten, de zon. De zon schijnt op de Heilige en de Heiden Zo, de rest van dat gedeelte van Daniel 2 vers 20 tot 23. Hij toch veranderde de tijden en de geleentijden. Hij zet konings af en stelde konings aan. Hij verlien wijsheid aan die wijze mannen en kennis aan die wat in zich heeft. Hij openbaar ondergrondelijke en verborgen dingen. Hij weet wat in de duister is, en de lucht woont bij hem. Oké, de basis die Daniel hier heeft gedaan, is dat hij herkenning heeft gegeven aan de grootheid van God, aan de majesteit van God. Om hemzelf, al vanaf net een beetje te herinneren, dat is niet ik die enige rol speelt, dat is absoluut niet de Heer. [00:10:45] Speaker C: Weet jij, excuse, dat is net voor mij zo mooi hier zo. Ze willen nou God zijn genade afsmerken, zoals Heinrich uitgewezen heeft. Maar ze beginnen niet met, ach hier, [00:10:59] Speaker E: help ons alstublieft, toch? [00:11:00] Speaker D: Nee. [00:11:01] Speaker C: Ze beginnen met, God, jij is machtig, jij kan het doen, jij hebt het nog altijd gedaan, doe het voor ons nou alstublieft. En dankjewel dat jullie het voor ons gaan doen. [00:11:16] Speaker E: En een ander ding dat ook mooi is, is de woorden die Daniel uitreed aan de koning zelf. Hij had ingegaan en de koning had verzoekt dat hij hem tijd moest geven om de uitlaging aan de koning te kennen te geven. Je stapt niet bij iemand in en zegt, geef mij tijd zodat ik het te kennen kan geven, als je niet weet wat God machtig is om te doen. Dus Daniel moest al reeds zo'n verhouding gehad hebben om te weten... [00:11:53] Speaker B: De eerder gaan. [00:11:54] Speaker E: De eerder gaan uit de plan. Wat ik daaruit leer uit die gebedheid is, ik moet niet bang zijn om voor God op te staan in situaties Maar dan moet ik ook niet bang zijn om met hem te komen praten over die situatie. Want als ik aan de ene kant kom en zeg dat mijn God alles kan doen, terugstap in de huis en op mijn bed gaan liggen en zeg ja, achteraf liggen. Dat is niet wat Daniel gedaan heeft. Hij heeft met God gepraat om hem te vertellen wat die probleem is. En toen heeft God die droom geopenbaard. En daar is een belangrijke punt. [00:12:32] Speaker B: Dat is diep geloof. En dat God gaat intreden. Dat God gaat helpen. Want kijk, als je voor een man staat, dan is Nibi Kadneser. Je hebt te veel keuzes. [00:12:48] Speaker D: Ik denk dat Nibi Kadneser ook vooral psychotisch intimiderend geweest is. [00:12:56] Speaker C: Ja, en ze zijn niet veel meer als slaven geweest. Ja, ze hebben meer vrijheid gehad natuurlijk, maar hun leven heeft van hen afgehangen. Als hij een slechte dag gehad heeft, kon hij net besluiten, ik ga bij met jullie allemaal. En hij heeft een hele slechte dag gehad. [00:13:19] Speaker B: Die crisis is echt zo uit mijn slaap uitgehouden worden. Kom, we bewegen naar maandag toe. [00:13:26] Speaker E: Heinrich, Een mondige zin is een heel interessant zin, want het gaat over de prostitutie van het gebed. Er zijn een paar gedachten die uitkwamen uit deze gedeelte. Ik ga de gedachten delen zoals ik het gezien heb. Maar het eerste wat mij heel mooi vindt, is deze gedeelte in het schrijven naar Christus, waarin je zegt dat het gebed op te maken is voor God. zoals wat je zo opmaakt aan een vriend. En dat woord is altijd onthouden. En David was een van die die zijn hart opgemaakt heeft, zoals of hij met een vriend gezels heeft. Maar dan is er wel iets wat ik opgemerkt heb, en dat verwijst naar wanneer jij bidt, steel God engelen, om jou te komen beschermen. Maar, recht in het begin heb ik genoemd over dat karakter-eigenschap, en toen kwam ik de volgende achter. En op zalm 91 vers 15 praat hij over gebed. Hij zegt, hij zal mij aanroepen en ik zal hem reden. Maar hoe ik hem zal reden? Vers 14. Omdat hij mijn liefheed zegt God, daarom zal ik hem reden. Ik zal hem beschermen omdat hij mijn naam kent. Nu, dit is heel belangrijk om te verstaan waarom gebed zo belangrijk is. Want gebed moet men leiden om God beter ook te leren kennen. En dat is wat er is gezegd. Als ik nu voor een tijd lang niet met iemand gezelschap heb, en dan ga ik weer met die gezelschap een beetje op moeten voelen. Je moet dat constante gebedsenleven hebben. Maar kom, we praten vannacht over die prosteer die er is. En hij heeft een paar teksten aangehaald en toen ook gezegd, wat was de omstandigheden waarin dat gebeurde, wanneer ze gekneeld hebben om te bidden. Nou, Daniel 46.10, Het is niet eindelijk 6 verts 10, ik heb hem gekeken. Als je in je leesboekje kijkt, dan kan je zoeken voor verts 10, maar dat is niet wat het zegt. Goedemorgen, het was 6 verts 11. En hij had drie maal op een dag op zijn knie gevallen en gebid en lofprijzingen uitgesproken voor zichzelf, net zoals hij dat tevoren had gedaan. En dit had hij gedaan ten middel van het feit dat zijn leven in gevaar was. Hij heeft het aanhoudend blijven doen. In Lucas 22, vers 41 leest ons van Jezus wat neergeknield heeft en toen daar die gebed gebid heeft met vader Nogtans die mij wil niet, maar hij wil. Handelingen 7, vers 60 praat het van Stephanus wat neergeknield heeft en toen uitgeroepen heeft. Jullie vergeven hen, want jullie weten niet wat jullie doen niet. En toen heeft hij gestorven. Handelingen 9, vers 40, hetzelfde ding wat Wat gebeurde? Om te knielen en te bidden is in ieder geval belangrijke dingen geweest voor die mannen om te doen. En... Onze vrouw, maar hoe kom ik te knielen om te bidden? Wel, mij is verduidelijk toen ik jong was. Wanneer jij ingestapt hebt bij een koning, heb jij gebijg. Dat is om respect te tonen. Om te knielen, is om respect te doen aan de koning van de konings. Als je leest over de mannen die voor Jezus gekomen hebben, elke keer wanneer daar een wonenwerk gedaan was. De man die toen gekomen heeft, ik denk dat hij het laatst was geweest, heeft ook voor hem gekomen. Hij zei, je maakt mij gezond. Er zijn verschillende verhalen waar je naar kijkt. Je zal elke keer zien, om redenen, dat wijs dat Jezus een zeker gezag gehad heeft, hebben ze voor hem gekneeld. En dat is eigenlijk wat het betekent om te kneelen voor God. Het is om te herkennen wat zijn gezag is. Maar er zijn ook plekken waar het gaat over mensen die gestaan hebben om te bidden. Tegen Korinneke 20, vers 5, vers 6, vers 13. En Samuel 1, vers 26. Joop 30, vers 20. Lukas 18, vers 11 en 13. En dan zijn er ook mensen die zitten om te bidden, zoals bijvoorbeeld 2 Samuel 7 vers 18. En dan zijn er ook gedeeltes die praten over mensen die zichzelf op de vloer neerleggen voor God. Dus, er is niet een specifieke rostiel die beschreven wordt om te zeggen hoe dat gedoemd wordt. Maar wat ons moet onthouden, wanneer het komt bij een gebed, is onthouden met wie je praat. Je moet niet zoals die fariseel zijn, die op de straathoeken stond, en zijn prostiel was om te staan en voor allemaal uit te blaken hoe goed hij is. De andere die vandaag gepraat wordt, is de tolenaar, die in een donkere hoek stond. Hij heeft op zijn bord geslaan en gezegd dat hij zonde was. Dus onthoud wie jij bent, wanneer jij met God praat. Om dat te doen, is het net een manier om je te herinneren met wie je praat. Ikzelf moet zeggen, er zijn tijden waarop ik kniel als ik bid, maar dan ben ik wakker. Ik zal het niet gaan doen voordat ik moet gaan slapen. Vooral niet als ik moe ben, want ik weet wat er gaat gebeuren. Je wil niet altijd daarop bidden als je bij je bed gaat slapen, Ik kneel niet, want er zijn mensen die kunnen luisteren en je wil niet altijd graag alles zeggen dat het moet worden. Zoals we vorige week hebben gepraat, krijg je dat stopplekje waar je dat kan doen, dan kan je kneelen. Je kan hardop bidden. Onthoud met wie je gezeld is. En onthoud hoe je dat kon doen. Dat is wat voor mij uitgesteld is in het gedeelte over de prostitutie van het gebed. [00:19:40] Speaker C: Ja, excuse. Ik kan niet onthouden waar het is in de lezen. Ik denk dat hij al bijna aan het einde wordt gepraat. Het gaat over je hartse prostitutie. Ja, het is wonderlijk om te kankneel. Zoals je zei, dat is daar herkenning. [00:20:02] Speaker E: Maar er zijn ook anderen die niet kankneel. [00:20:04] Speaker C: Ja, en ik persoonlijk sikkel daarmee en mijn knieën raken ongelooflijk zeer. Ik weet niet, ik heb niet de beste knieën. Maar... Maar als een mens zijn hart op de rechte plek is, maakt het niet zaken. Dus is dat hele ding van, kan je buiten met je ogen open? Ja, want je hebt niet altijd de gelegenheid om je ogen toe te maken. Jij is dolk in de kar, en weet je hoe vaak ik dat al heb gedaan? Dan zit ik in de kar, ik zit op pad, je weet, veerpad rijden, en dan zit ik en praat ik met de heren. Natuurlijk kan ik niet mijn ogen toemaken, dat zal niet slim zijn. En ik denk niet eerst dat de beschermingsengelen mij daaruit kunnen helpen. De heer verwacht niet dat we op zekere manieren moeten optreden, officieus. Hij verwacht dat ons hart rechtgericht zal zijn. [00:21:09] Speaker B: Ja, dat is nogal zo. Dus ik denk, met dat, komen we bewegen naar dinsdag toe. Nou, dinsdag praten we van Enoch. En de Bijbel heeft bijzonders min om te zeggen over Enoch. Wat we kunnen doen, is deze versie lezen. Henrik, kun jij voor ons Genesis 5, 22-24 lezen? [00:21:33] Speaker E: En Jenoch heeft na de geboorte van Methuselah nog driehonderd jaar met God gewandeld, en hij heeft ziens zijn dochter het schaar. Zo was aan al die dagen van Jenoch driehonderd vijfendzestig jaar. En Jenoch heeft met God gewandeld, en hij was daar niet meer omheen, want God heeft hem weggeneemd. [00:21:49] Speaker B: Net van dat klein gedeelte kan ons veel aannames maken. We kunnen onszelf inleven en indenken over hoe enige zijn verhouding met de Heer was. Maar komen we eens kijken naar wat patriarchen en profeten zeiden. Hier zo leest hij ons. In het midden van zijn leven van actieve arbeid heeft hij nog onwrukbaar volhaard in zijn omgang met God. Hoe meer indringend is zijn arbeid, hoe meer constant en ernstiger was zijn gebeuren. Hij heeft voortgegaan om zichzelf op zekere tijden van de samenleving te onttrekken. Nadat hij een tijdperk tussen de mensen geblei en gearbeid heeft om ze met zijn onderricht en voorbeeld te bevoordelen, heeft hij onttrek om een tijdlang in afzondering door te brengen, met een honger en doos naar de godelijke kennis die God alleen kon dragen. Door op deze manier met God te communiceren, heeft hij nog meer en meer de godelijke beeld weerkaats. Zijn gezicht was stralend met de heilige licht, de licht die uit het aangezicht van Jezus schijnt. Wanneer hij van die tijden van godelijke communicatie teruggekeerd heeft, heeft zelfs die goddeloze met onzag de afdruk van de jimmel op zijn aangezicht aanschouwd. Dit gezicht dat schijnt, dat vat mij dadelijk terug naar Mozes toe. Wanneer Mozes zoveel tijd met God spandeerde, dat zijn gezicht mensen maakt schrikken. [00:23:24] Speaker E: Dat hij een slijer moest oorzitten. [00:23:26] Speaker B: Een slijer moest oorzitten. Je weet, denk bij jezelf, als jij een glauwende dag een mannetje rondloopt, wat gaan mensen van je denken? Maar we weten waar het vandaan komt. Dat is als je zo intens blootgesteld bent aan de heiligheid van God. Dat is prachtig, dat. [00:23:44] Speaker E: Ergens die één voorbeeld die ik... Na onlangs gebruik was, toen ik daar op z'n dag was, en een van de technische agents zat voorbij mij, en hij kijkt naar mij, en hij vraagt mij met wie ik praat. Ik zeg met mijn vrouw, en hij zegt, ik kon het zien van jouw gezicht dat je dat vertelde. Is mijn gezicht ook zo dat het vertelt wanneer ik in gesprek met God was? [00:24:11] Speaker B: Nee. [00:24:13] Speaker E: John, een ander ding wat van mij uitgestaan is toen ik gekeken naar jullie gedeelte is, en dan komt ook het patriarchum en profeten uit, hoe nauwer de verband met God, hoe dieper was hij onder de indruk van zijn eigen zwakheid en onvermaaktheid. En ik denk dat het belangrijk is om jullie te verstaan in de context waarin het geplaatst is. Hoe nauwer de verband, hoe meer hij met God gezelschap, hoe meer hij zijn karakter begint te verstaan, hoe meer hij beseft dat op zijn eigen kan hij niet. En dat is wat ons uit het enige leven dan kan leren, om te onthouden dat ja, ik kan samen met God wandelen. Maar het is niet om te zeggen, ik wandel en God gaat niet vooruit. Het is ik die bereid is om te volgen zoals God leidt. Want als ik niet ga volgen zoals hij, en niet mijn ding doen zoals ik denk dat je moet doen, dan kan ik... Ik kan nooit die intimiteit die er was, die je nog had met God. [00:25:22] Speaker B: Oh, nee. En kijk, ongelukkig, ons leven hoort niet zo lang. Maar aan het einde van de dag, daar is een gezonde balans om te hebben. Het is in jezelf afzonderen van mensen, zodat je tijd met God kunt spenderen, en dan om bruikbaar te zijn in de wereld daarbuiten. [00:25:41] Speaker E: Je noemt nu belangrijke dingen. We zijn laatst met de vorige les ook daaraan geraakt. Je kan niet je Bijbel lezen net voor jezelf. Je moet het delen met anderen. Hetzelfde komt hier. Je moet je gebed daartoe leiden om te kunnen zeggen, nu wil ik met anderen gaan delen. Want ik heb iets ontdekt dat ik niet voorheen had geweten. [00:26:05] Speaker B: Ja, dat is zo. Kom, we bewegen dan met u naar de volgende gedeelte toe. Is het Lydia of Conice? [00:26:14] Speaker D: Het is woensdag. Woensdagse gedeelte praat over Moïses en zijn godelijke leiderschap. Ja, mensen zijn definitief, God is een inzitter en hulp benodig met die hardkopige Australiër. Want ja, als ik mensen gelijk had die zo hardkopig waren, dan zou ik op een of andere manier daarop hebben gezegd, je weet wat, branden ze maar net. Het gaat uitmaken, ik weet het, ik versta. [00:26:50] Speaker C: Maar weet je wat? Je doet het eigenlijk, want je twijfelt. [00:26:56] Speaker A: Oh! [00:26:57] Speaker D: Dat is ook waar! Dat is definitief waar, en ze kunnen ook niet zo lekker hartkoepig zijn. In het woensdagse gedeelte praat ik over moesters ingetreden in gebed voor beide zijn broer Aaron en zijn zusje Maria. Ik ben heel zeker dat God goeie redenen heeft gehad om hen heel goed te welstraffen. En ik kan ook inzien waarom Moïse is ingetreden. Want als familie zou je inspringen en zeggen... Ik zal dat ieder vat... Ja, wees alsjeblieft voorzichtig, van ach shai, dat is mijn boete hé. [00:27:57] Speaker B: Maar ik denk ook dat het een beetje verder is dan dat. Want kijk, hoe meer tijd Mozes met God spandeerde, hoe meer heeft Gods karakter in Mozes geblom. [00:28:10] Speaker D: Dat is waar, dat is waar. [00:28:13] Speaker B: Want ik weet niet van jou, nee, maar hier en daar komt daar een Afrikaner over mijn pad, waar ik niet veel tijd voor heb. Ja. [00:28:24] Speaker D: In ieder geval, interessant genoeg. Ik denk dus... Nee, dat is niet de ene. Ik zou eens 32, vers 1 tot 14. De Engelse ene heeft gezegd, vers 14, wat zegt, And the Lord repented of the evil which he thought to do unto his people. En ik lees dat en ik zeg, maar dat is naar de King James vergaan. En dat maakt niet rachtig, [00:29:00] Speaker C: God houken, God repent. [00:29:02] Speaker D: Ja. Dus dan gaan we kijken naar de neergangsverweergave. En dat heeft gezegd, [00:29:17] Speaker C: Ik houd nog eens van die Afrikaans, waar het ze uitberouwd overgaat. [00:29:23] Speaker D: Nog beter. [00:29:24] Speaker C: Ze hebben een soort van... Ach, jammer, ik zal het niet meer doen. Ja. [00:29:32] Speaker E: Ik vond niet... Was het zo, of is het meer hoe Moses zijn korte karakter beschrijft, om te kunnen wijzen dat zijn karakter is iets wat ieder... Ik zou eerder jou nog een kans geven, dan wat ik je net onmiddellijk uitdeelde. Want als hij onmiddellijk uitgedeeld heeft, dan was het zelf inderdaad voor God zijn karakter. Maar God zijn karakter kan je veranderen niet. Zijn karakter blijft recht dezelfde. Maar ik hou van moesters gebed, en in die gebeden is nog eens een belangrijke een wat hij bidt. Maar hoor wat zij voor God zegt, want waarom zou dan bekend worden dat ik genade in je ogen gevind heb? Ik en je volk. Is het niet daarom dat je met ons saamtrakt? Zo zal ons, ik en je volk onderscheiden zijn van elke volk die op de aarde is. Hij herinnert God. De reden waarom hij een volk kan zijn, is omdat God met hem is. De reden waarom ik een christen kan zijn, is om te leren dat Christus met mij is. En dat moet ik altijd onthouden. En dat gaat dan in alles in. Dat waar ik naar kijk, dat waar ik naar luister, dat wat ik lees, dat wat ik... Is dat iets dat mijn nadelen gaat brengen aan God? Of is het iets dat mij verder wegleidt van God daarvoor? [00:31:04] Speaker B: Dat is het dan. [00:31:05] Speaker E: En dat is waarom het gebed belangrijk is. Nog iets wat uitgezonderd kon zijn, en dat vind ik daarna, Toen hij voor zijn broer gebid heeft. En in 1329 verwijst Mozes terug naar de gouden kalf. En hij zegt, ook was die heren torenig op haar aarhon, zodat hij hem wou verdelen. Maar ik heb ook voor haar aarhon in die tijd gebid. Dat is mooi gezegd. Maar zoals jullie gezegd hebben, dat is familie. Jezus noemt zijn disciple, zijn familie. Hoor wat hij zegt, voor Petrus. En dat wijst dat dezelfde deel blijft, recht deel. Daar is geen verandering in. Lukas 2, 21, 31 en 32 zegt dat de heer zegt, Simon, Simon, kijk, die zaten hebben veel begeleid om jullie als koren te ziffen, maar ik heb voor jou gebid, dat je geloof niet opbouwt. En als je een dag bekeerd bent, moet jij je broederts verstaan. Hier is zo mooi gezegd. Ik heb voor jou gebid. Is ons bereid om voor ons familie-eerdsens te bidden, maar ook voor onze geestelijke familie? En het is makkelijk om te zeggen ja, maar, je weet, we komen bij elkaar, en dan zul je weinig praten over die ene fout die je raak gezien hebt, of die wat fout gegaan is in de kerk, Kijk, het is menselijk, het gebeurt. Maar is ons werkelijk waarbereid om te bidden daarover? Eén ding om daarover te praten, maar kom ons bidden daarover. Dat je eerlijk kan wijzen hoe om die zaak op te lozen, nummer 1. Maar nummer 2, om ook in te treden voor anderen. En ik denk dat als we dat gaan beginnen doen, uit die dingen die Moses gedaan heeft, Een gezinsheid die zoals Moses die gezinsheid gehad heeft om God te herinneren. Zeg maar Jeroen, ons is je volk. [00:33:13] Speaker B: Ja. [00:33:14] Speaker E: En daarom wil ik trouw blijven. [00:33:19] Speaker B: Nee, dat is nogal zo. Maar dan, ja, oké, het is goed en wel dat je nu voor familie en vrienden en je naasten spijt. Maar wat voor een vijand. [00:33:33] Speaker D: Wel, als je die storie recht verstaan hebt, heeft beide Aaron en Mariam basisvijandig geraakt tegenover Moses. En hij heeft nog steeds ingesprongen en gezegd, waar jij? Moet niet dat ze verteld zijn. Moet niet. Moet niet, alstublieft. Wat wil je doen? Moet niet. [00:33:58] Speaker C: Wel, dat brengt ons eindelijk naar het donderdagse gedeelte. [00:34:02] Speaker E: Maar voordat je bij donderdag komt, want ik weet waar dat in gaat. Je praat al over de vijanden. Hoe aantel je dat? In Exodus 34 zien we iets wat plaatsvindt. In 33 vraagt Mozes om God te zien. En God zegt voor hem... Ik zou mijn meisje bij jou laten voorbijgaan. En dan ging ik de naam van de Heere uitroepen. Nu hoorde ik wat gebeuren. Op hoofdstuk 34 van het plas. En het zei, de Heere heeft neergedaald in de wolk en daar bij hem gestaan. En hij heeft de naam van de Heere uitgeroepen. En toen de Heere bij hem voorbij gegaan heeft, heeft hij geroepen, Heere, Heere, en hier komt het op mij opzij, de karakter. Paramartige, genadige God, langmoedig en groot van goede tijdenheid en trouw. waar de goedendelenheid bewaart voor duizenden, waar de ongerechtigheid, de neutrering en zonde vergeven, maar nooit ongestraft laat blijven, waar de ongerechtigheid van de vadersbezoek aan de kinders en aan de kindskinders van de derde en de vierde geslacht. En nu wil ik ons luisteraars net terugnemen naar ons geëtext. En ik heb hier gezet terwijl ons de geëtext leest en vannacht niet gekeken, zie ik het raak. Vers 1 en 2 is de geëtext. Vers 4 heeft ik aangehaald om te zeggen, maar ik heb de naam van de Heer aangeroepen. En hoor, noem mij al die karaktereigenschappen. De Heer is genadigd, Hij is rechtvaardig, Hij is een ontvermer, Hij bewaart, Hij helpt en Hij redt mij van de dood. Precies wat de naam is, de karakter die Mozes beschreven heeft, zo beschrijft de bezalemdichter hem ook. Dus ik moet zeggen, uit wat ik raak zien van het gebedsleven van die mannen af, besef ik, het gebed heeft niet gegaan om net te vragen voor hun dagelijkse dingen. Het gebed heeft gegaan om te zeggen, jullie, openbaar je karakter weer aan mij. Zodat ik dat karakter kan beginnen uit te leren. Maar nu kunnen ze ook nog naar 32. [00:36:17] Speaker B: Naar donderdag terug. [00:36:22] Speaker C: Ja, ik wil graag dat ze beginnen met Exodus versie 31 en 32 te lezen. wat zij. En Mozes heeft naar de heren teruggekeerd en gezegd, ach, hier volk heeft een groot zonde begonnen en voor hun gouden goede gemaakt. Nou dan, als je toch maar hun zonde wilt vergeven, en zo niet, daag mij dan maar uit het boek uit wat je geschreven hebt. [00:36:54] Speaker E: Zebazies wat hij zegt, en ik kom terug naar het concept, Dat gaat over zijn naam. Je naam is geschreven in het boek van de leven. Dus wat hij zegt is, deel mijn naam, je houdt hem al uit. Dat is wat hij bereid is om te doen voor anderen die het niet eigenlijk verdienen. [00:37:15] Speaker B: En wat heeft Jezus komen doen? [00:37:19] Speaker E: Soms genoeg niet. Hij zegt dat, deel mij dan uit. En Exodus 31, vers 17 zegt dat, toen zei de heraanmoeders, ook jullie verzoek wat jij gesproken hebt, Daarom zal ik voldoen, want jij hebt genade gevind in mijn oor en ik ken jou bij die naam. Mozes, ik ken jouw naam uiteindelijk. [00:37:41] Speaker B: Checkmate. [00:37:44] Speaker E: Maar is dat niet hoe ons daar de verhouding over te hebben? Dat daar de verhouding zo sterk is. Dat, ja, ik zal mezelf opgeven voor anderen, maar ik weet dat mijn naam als gevolg van de karakter die uitgebeeld wordt, zal bouwen kan blijven. [00:38:13] Speaker C: Ja, die verhouding die God en Mozes hadden, dat was nogal speciaal. Maar dat is niet net zomaar vanzelf gekomen. Dat was door vele, vele jaren zijn achterschap aan het lopen. Want ik denk dat het daar is dat Mozes zonder om dat raar te weten, God begon te leren kennen. En later aan, zoals je hebt gezegd, toen hij nou vroeg, Jij wijst mij wie Jij bent, zie je dat God barmhartig, genadig en geduldig is. En ik hou daarvan hoe hij de 2020 hier zo stelt, overvloedig in getrouwe liefde. Want het was niet net dat God lief was voor Israel, nee. Maar hij was getrouw. En dus hoekom al heeft hij met Mozes zelf een deel proberen aangaan om te zeggen, ach, laat ik die mensen vernietigen, dan maak ik jou een naasie. Mozes heeft God, omdat hij God zo goed gekend heeft, kon hij voor hem zeggen, ik weet dat je dat niet gaat doen. Eindelijk weet ik dat je dat niet gaat doen, want jij is lief voor jullie mensen. Ten spijte van alles, jij hebt een verbond met ze geslaaid. Ik denk dat, dat spreekt ons ook aan, ken ons God goed genoeg om te weten wat hij zal en niet zal toelaten. Want, partijker komt in zijn moeilijke situaties, en dan vragen we ons verheer maar hoe komt? En de enigste ding die dat kan beantwoorden is zijn karakter. Is om rarig te gaan zoeken wie hij is. En tevreden te zijn met de antwoord, dat praat hij ook in de les, dat ons kan meer heren praten en betekenen ze een antwoord nee, of niet wat ons wil hebben. [00:40:33] Speaker E: Weet je dat opgeleid, hoe gaat het van José? Want kijk wat hij vraagt van God. Dus je gaat kijken naar wat hij zegt. Je praat nu van neer. Kom man, je gaat een vrouw voor God met zijn vorm... Heel het volk heeft een grote zonde gegaan en een goede gode gemaakt. Nou dan, als je toch maar een zonde wil vergeven. God zegt ja, hij vergeven. Maar dan gaat hij een vrouw specifiek, dat God een zekere ding moet doen. Ik weet niet waar was het geweest, want ik heb het gezien. Ja, dat is nou een manier om van te zeggen, Mia, ik ga nog steeds doen wat ik gezegd heb gaan doen. Mozes gaat terug en zegt, ach, jullie volk hebben een grote zonde begaan en een gouden gooide gemaakt, nou dan, als je toch maar hun zonde wou vergeven, zo niet, duig mij dan uit het boek dat je geschreven hebt. Toen hadden jullie Mozes geantwoord, wie tegen mij gezondheid heeft, die zal ik uitduigen uit mijn boek. Dus God zei, ik ga hem blijven, ik ga niet mijn plan veranderen. En dan gaat de aanman nou, maar ga nou en leid de volkwaardigen, ik heb je gezegd. Kijk, mijn Engels zal voor jou uitgaan. Maar de dag als ik bezoek hem doe, dan zal ik hun zonden over hun bezoek. Het is niet altijd dat, net toen we reden, we gaan bidden voor dat ding, gaan het wezens wat we willen hebben, het moet wezen. Maar, God geeft leiding. En daarom moeten we trouwen dat zij leiding krijgt, zoals hij is aan het einde van de dag. [00:42:11] Speaker B: Kijk, zo'n gebed aan het einde van de dag. is een onzachtelijke groot gedeelte van ons leven. Wel, dat moet eigenlijk zijn. Ik weet, het is vaak een geval waar een mens niet tijd heeft, waar rarig Waar het moeilijk is. Maar, aan het einde van de dag, dat geeft ook voor ons de geleentijd om te beseffen waar we te kort komen en om God te ontmoeten. In die tijd van samenkomst. Of het nu in jouw kamer is, of het nu onder jouw bed is. wat ook op plekken je voor jezelf uitgekerfd hebt. Mijn vrienden, luisteraars, Heinrich, Konies, Lydia, baie baie dankjewel dat jullie deelgenomen hebben aan deze wonderlijke gedeelte van de Sabbat lesgesprek. Mag je jaren ons zien en ons sterk in ons pad voeren toe. Maak gegassen, blijf samen met ons die oor toe. Almachtige Vader, Jij hebt zo mooi voor ons voorbereid. Jij hebt alles in Jij mag gedaan om voor ons leven te geven, om voor ons te zorgen en om voor ons te wijzen wie Jij bent. Vader, buiten bewaar ons en help ons om in liefde van gebed te komen. om een liefde voor u te hebben zoals nog nooit tevoren. Groei ons in ons wandelhera, zodat de karakter van Christus meer en meer in ons schijnt. In Christus zijn wondelijke naam. Amen. [00:44:08] Speaker A: Dank je dat je samen geluisterd hebt. Onthoud om elke sabbatogind om tien uur jouw plaatselijke zevende dag Adventistenkerk te bezoeken en samen de lesstudie te bespreken. Contact gerust Adventisten Wereld Radio Afrikaans bij 060-248-1172. Ik herhaal 060-248-1172 indien je hulp nodig hebt om je naaste kaart te vinden of de adres te krijgen om dit te bezoeken.

Other Episodes

Episode 1

April 03, 2026 00:54:04
Episode Cover

Hoe sake werklik tussen my en die Here staan - Les 1 | Kwartaal 2

Hoe om interspeksie te doen en toe te laat dat die Here die hart begin verander

Listen

Episode 2

April 10, 2026 00:53:36
Episode Cover

Om die Here te ken - Les 2 | Kwartaal 2

’n Duidelike begrip van God se karakter.

Listen

Episode 4

April 24, 2026 00:48:52
Episode Cover

Die rol wat die Bybel speel - Les 4 | Kwartaal 2

Die Bybel is nie net ’n werk vir die hoogleraar om te bestudeer of ’n klomp verhale uit antieke tye nie. Inteendeel, dit vorm...

Listen